debriefen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·brie·fen
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Engelse werkwoord debrief
  • afgeleid van brief met het voorvoegsel de- en met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
debriefen
debriefde
debriefte
gedebriefd
gedebrieft
zwak -t

zwak -d

volledig

Werkwoord

debriefen

  1. overgankelijk (militair) na een missie, m.n. een militaire missie, psychologische ondersteuning bieden
  2. overgankelijk nabespreken, evalueren
Verwante begrippen

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.

Meer informatie