Naar inhoud springen

de-ice

Uit WikiWoordenboek
  • de-·ice
vervoeging van
de-icen

de-ice

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van de-icen
    • Ik de-ice. 
  2. gebiedende wijs van de-icen
    • De-ice! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van de-icen
    • De-ice je? 
  4. aanvoegende wijs van de-icen