datalek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • da·ta·lek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord datalek datalekken
verkleinwoord datalekje datalekjes

Zelfstandig naamwoord

datalek o

  1. (informatica) het opzettelijk of onopzettelijk vrijgeven van beveiligde informatie aan een onvertrouwd publiek

Gangbaarheid

Meer informatie