daltonist
Uiterlijk
- dal·to·nist
- afgeleid met het achtervoegsel -ist van daltonisme, "kleurenblindheid" [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | daltonist | daltonisten |
| verkleinwoord |
de daltonist m
- (persoon) (medisch) iemand die kleuren niet of maar beperkt kan zien
- ▸ De Noordnederlander kan ons niet in oranjetinten trekken en wij kunnen evenmin van hem een daltonist maken, die groen aanziet voor rood.[2]
- Het woord 'daltonist' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Weblink bron Kronieken : Tweelingpennen : Voor P.N. Van Eyck. in: Nieuw Vlaams Tijdschrift., jrg. 2 nr. 7 (1948), Uitgeverij Ontwikkeling, Antwerpen, p. 755
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ist in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Persoon in het Nederlands
- Medisch in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal