cytologie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cy·to·lo·gie
Woordherkomst en -opbouw
  • met het voorvoegsel cyto- met het achtervoegsel -logie
enkelvoud meervoud
naamwoord cytologie -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

cytologie v

  1. (biologie) celleer, celbiologie
  2. (medisch) celdiagnostiek
Hyperoniemen
Gangbaarheid
69 % van de Nederlanders
74 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Tsjechisch

Uitspraak
  • IPA: /tsɪtɔlɔgɪjɛ/
Woordafbreking
  • cy·to·lo·gie

Zelfstandig naamwoord

cytologie v

  1. (biologie) cytologie
Verbuiging
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Gangbaarheid
69 % van de Nederlanders
74 % van de Vlamingen.

Meer informatie

  • Zie [[w:cs:cytologie
Verwijzingen

|Wikipedia]] voor meer informatie.