cyberwar
Uiterlijk
- cy·ber·war
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | cyberwar | 2. cyberwars |
| verkleinwoord | - | - |
de cyberwar m
- geen meervoud (militair) (internet) oorlogvoering via het verstoren of manipuleren van digitale informatiesystemen
- ▸ In een artikel over cyberwar (NRC Handelsblad, 13 juni) wordt de vraag gesteld of er bij een internetaanval sprake zou zijn van een oorlogsdaad.[1]
- (militair) stelselmatige verstoring of manipulatie van digitale informatiesystemen als onderdeel van een conflict
- ▸ De aard van de oorlog zal veranderen, zegt Overy – kijk bijvoorbeeld naar de huidige cyberwar van Rusland tegen het Westen.[2]
- Het woord cyberwar staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑
Weblink bron Rob van den Hoven van Genderen“Gebruik van ‘cyberarms’ is een oorlogsdaad” (20 juni 2009) op nrc.nl
- ↑
Weblink bron Bas Heijne“Waarom de dreiging van oorlog nooit verdwijnt” (19 september 2024) op nrc.nl
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Betekenis zonder meervoud in het Nederlands
- Militair in het Nederlands
- Internettaal in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal