cyberoorlog
Uiterlijk
- Geluid: cyberoorlog (hulp, bestand)
- IPA: / 'sɑjbərorlɔx / (4 lettergrepen)
- cy·ber·oor·log
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | cyberoorlog | cyberoorlogen |
| verkleinwoord | - | - |
de cyberoorlog m
- (militair) (informatica) soort oorlogvoering waarbij hackers uit politieke motieven staten aanvallen om te trachten computersystemen te saboteren of te spioneren
- "Tijdperk van echte cyberoorlog is aangebroken". "Dit een gerichte aanval van Rusland tegen Oekraïne. Het was in het midden van de winter. Mensen hadden dood kunnen gaan als het langer had geduurd.” [1]
1. soort oorlogvoering waarbij hackers uit politieke motieven staten aanvallen om te trachten computersystemen te saboteren of te spioneren
- Het woord cyberoorlog staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voorvoegsel cyber- in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Militair in het Nederlands
- Informatica in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal