custos

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cus·tos
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord custos custodes
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

custos m [2]

  1. (beroep) koster, huisbewaarder
  2. de onderaan een bladzijde van een boek vermelde eerste lettergreep van het woord dat op het volgende blad staat
  3. (religie) een gezagsdrager over een custodie. Dit is een onderdeel van een provincie in de orde van de Franciscanen

Gangbaarheid

8 % van de Nederlanders;
10 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen