curiosa

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cu·ri·o·sa

Zelfstandig naamwoord

curiosa mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord curiosum

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
91 % van de Vlamingen.


Spaans

Bijvoeglijk naamwoord

curiosa

  1. vrouwelijk enkelvoud van curioso