cultisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cul·tisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen cultisch cultischer
verbogen cultische cultischere
partitief cultisch cultischers -

Bijvoeglijk naamwoord

cultisch [2]

  1. (religie) behorend of betrekking hebbend op de verering van een godheid, voorwerp of idool

Gangbaarheid

48 % van de Nederlanders;
49 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen