culminar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Spaans

Uitspraak
  • IPA: /kul.mi.'naɾ/
Woordafbreking
  • cul·mi·nar

Werkwoord

culminar

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
culminar
culminaba
culminado
volledig
  1. onovergankelijk resulteren
  2. (~ en/con) uitlopen op/ eindigen met
  3. culmineren, het hoogtepunt bereiken


Portugees

Uitspraak
Woordafbreking
  • cul·mi·nar

Werkwoord

culminar

  1. culmineren