crucifica

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Spaans

Werkwoord

vervoeging van
crucificar

crucifica

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van crucificar
  2. gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van crucificar