Naar inhoud springen

cruauté

Uit WikiWoordenboek
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  cruauté     la cruauté     cruautés     les cruautés  

cruauté v

  1. wreedheid
    «La pâleur de la reine augmenta encore, s’il était possible ; le roi s’en aperçut et en jouit avec cette froide cruauté qui était un des mauvais côtés de son caractère.»[1]
    De koningin werd nog bleker, als dat mogelijk was; de koning merkte het op en genoot ervan met die koude wreedheid die een van de slechte kanten was van zijn karakter.
  2. daad van wreedheid
  1. Bronlink Weblink bron “Les Trois Mousquetaires”, digitale editie op de Franse Wikisource van MM. Dufour et Mulat, 1849 (1844), p. 139