cricketen
Uiterlijk
- cric·ke·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| cricketen |
crickette |
gecricket |
| zwak -t | volledig | |
cricketen
- het spel cricket spelen.
- Het team is drie uur per week aan het cricketen.
- Het woord cricketen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "cricketen" herkend door:
| 80 % | van de Nederlanders; |
| 58 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be