crawlen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • craw·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘met bovenarmse zwemslagen zwemmen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1950 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
crawlen
crawlde
gecrawld
zwak -d volledig

Werkwoord

crawlen

  1. inergatief (sport) zwemmen met de crawlslag
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.

Verwijzingen