cravate

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

[2] verboden om een cravate te dragen
Uitspraak
Woordafbreking
  • cra·va·te
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans
enkelvoud meervoud
naamwoord cravate cravates
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

cravate v [1]

  1. lint aan een vaandel waarop bijzondere wapenfeiten van een legeronderdeel staan genoteerd
     Volgens traditie kan de regerende vorst de banieren opsieren met bijzondere wapenfeiten. Deze opschriften kunnen op het doek staan of op een cravate, een lint dat aan het vaandel is bevestigd. Iedere luchtmachtmilitair legt na zijn aanstelling de eed of belofte af op het vaandel.[2]
  2. stropdas
     In de 17e eeuw begon de rond de nek geknoopte halsdoek van Kroatische soldaten -de ”Kroaat” (Nederlands) of ”Cravate” (Engels) of ”Krawatte” (Duits)- in de smaak te vallen bij de Europese hoven en in de 18e eeuw was hij een begrip in de modewereld geworden.[3]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

48 % van de Nederlanders;
63 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron “Luchtmacht krijgt decoratie deelname Kosovo” (22-03-2013), Tubantia
  3. Bronlink Weblink bron Maarten Dijkstra “In de knoop met de strop” (02-06-2017), Reformatorisch Dagblad