Naar inhoud springen

crasse

Uit WikiWoordenboek
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  crasse     la crasse     crasses     les crasses  

crasse v

  1. (spreektaal) rotstreek, vuiligheid
    «J’lui parle plus, il m’a fait une crasse, j’pardonne pas.»
    Ik praat niet meer met hem, hij heeft me een klotestreek geleverd en die vergeef ik hem niet. [2]