crac

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak

Tussenwerpsel

crac

  1. (spreektaal) krak! [1]
  2. (spreektaal) opeens, ineens
    «Ils étaient richissimes et, crac! ils ont tout perdu.»
    Ze waren stinkend rijk en ineens waren ze alles kwijt.
    «Ç'avait l'air de bien marcher et puis, crac! on l'a foutu à la porte.»
    Het leek goed te gaan en opeens werd hij op straat gezet. [1]

Verwijzingen