coureur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Jos Verstappen, autocoureur
Uitspraak
Woordafbreking
  • cou·reur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord coureur coureurs
verkleinwoord coureurtje coureurtjes

Zelfstandig naamwoord

coureur m [3]

  1. wielrenner, motor- of autoracer
Hyponiemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  coureur     le coureur     coureurs     les coureurs  

Zelfstandig naamwoord

coureur m

  1. hardloper
  2. (spreektaal) rokkenjager [1]
Verwante begrippen

Verwijzingen