coulance

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cou·lan·ce
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord coulance coulances
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

coulance v [2]

  1. de neiging om regels minder streng te handhaven dan volgens de letter van de wet mogelijk zou zijn, meestal heeft het een positieve en vriendelijke betekenis maar het kan ook duiden op gemakzucht
    • VluchtelingenWerk Nederland vindt dat er „iets” moet veranderen binnen het huidige inburgeringsbeleid. „Het inburgeringsprogramma is geen doel maar een middel”, zegt directeur Dorine Manson. Meer „coulance” en „effectiviteit” zijn gewenst. „Dit soort problemen draagt er niet toe bij dat de grote aantallen vluchtelingen die hiernaartoe zijn gekomen, op een goede manier integreren.”[3] 
    • Overstappen van justitie naar de advocatuur is in de VS niks ongewoons, al is het maar omdat de advocatuur aanzienlijk beter betaalt. Het is mede de oorzaak van het typisch Amerikaanse verschijnsel dat een bedrijf, zodra het een misstand ontdekt, onmiddellijk een groot intern onderzoek laat uitvoeren en daarna met een rapport vol bewijsmateriaal naar de instanties stapt, in de hoop op coulance. [4] 
Synoniemen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
30 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. coulance op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. NRC Milo van Bokkum Arjen Schreuder 5 april 2017
  4. NRC Chris Hensen 9 december 2016