corrumperen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cor·rum·pe·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van het Oudfranse corrumpre of daarvoor van het Latijnse 'corrumpere' (met het voorvoegsel cor-)
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
corrumperen
corrumpeerde
gecorrumpeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

corrumperen

  1. (overgankelijk) corrupt maken, aantasten, bederven
Afgeleide begrippen