corrigeerden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cor·ri·geer·den

Werkwoord

vervoeging van
corrigeren

corrigeerden

  1. meervoud verleden tijd van corrigeren
    • Wij corrigeerden. 
    • Jullie corrigeerden. 
    • Zij corrigeerden.