coronaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • co·ro·naal
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen coronaal
verbogen coronale

Bijvoeglijk naamwoord

coronaal

  1. (anatomie) alsof je het lichaam frontaal aankijkt
  2. (taalkunde) (van een medeklinker:) gearticuleerd met het flexibele voorstuk van de tong


Gangbaarheid

50 % van de Nederlanders;
69 % van de Vlamingen.

Meer informatie