cordon

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: kordon

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cor·don
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans
enkelvoud meervoud
naamwoord cordon
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

cordon o

  1. eerste deel van de samenstellingen cordon bleu, cordon rouge en cordon sanitaire waar de Franse uitspraak is gehandhaafd, in alle andere gevallen gebruiken we de Nederlandse uitspraak en de spelling met een k. [1]
Verwante begrippen


Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen