conversen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·ver·sen

Zelfstandig naamwoord

conversen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord convers

Gangbaarheid


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
conversar

conversen

  1. aanvoegende wijs derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van conversar
  2. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van conversar