conventioneel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·ven·ti·o·neel
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘traditioneel’ voor het eerst aangetroffen in 1668 [1]
  • afgeleid van conventie met het achtervoegsel -eel (met het voorvoegsel con-) [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen conventioneel conventioneler conventioneelst
verbogen conventionele conventionelere conventioneelste
partitief conventioneels conventionelers -

Bijvoeglijk naamwoord

conventioneel [3]

  1. (medisch) wat door het vaste gebruik bepaald is
  2. stijf en formeel
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen