convenant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·ve·nant
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘overeenkomst’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1801 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord convenant convenanten
convenants
verkleinwoord convenantje convenantjes

Zelfstandig naamwoord

convenant o

  1. een officiële afspraak, een officiële overeenkomst
    • Er werd gisteren een convenant gesloten. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen