convenant

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·ve·nant
enkelvoud meervoud
naamwoord convenant convenanten
verkleinwoord convenantje convenantjes

Zelfstandig naamwoord

convenant o

  1. een officiële afspraak, een officiële overeenkomst
    • Er werd gisteren een convenant gesloten. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie