convalida
Uiterlijk
| vervoeging van |
|---|
| convalidar |
convalida
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van convalidar
- gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van convalidar
| vervoeging van |
|---|
| convalidar |
convalida