controleuse

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

1. Een nieuwe controleuse bij de Nederlandse Spoorwegen op Wikipedia (nl) in 1943.
Uitspraak
Woordafbreking
  • con·tro·leu·se
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord controleuse controleuses
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

controleuse v

  1. (beroep) vrouw die nagaat of aan gestelde eisen wordt voldaan en maatregelen neemt als dat niet zo is
     Ook had ik graag, desnoods in een voetnoot, de naam vermeld gezien van Madame X, een anonieme controleuse die in de jaren vijftig en zestig langs de filialen trok en haar bevindingen rapporteerde aan Zaandam. Madame X ging in haar observaties tamelijk ver. Zij noteerde bijvoorbeeld dat een filiaalhouder een erg rode neus had en dat hij zijn mond bij het afwegen van grutterswaren niet helemaal gesloten hield.[1]
     Een jaar geleden gebeurde het me ook. Op de tram gestapt, kaart klaar, vergeten te stempelen. Daar komt de controle: een Surinaamse en een Indonesische controleur, een Surinaamse controleuse en een witkop.[2]
Verwante begrippen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 27 april 2020 Weblink bron Peter Zwaal “Albert Heijn werd dominant in een ingewikkeld krachtenveld” (3 augustus 1995) op nrc.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 27 april 2020 Weblink bron van Lennep “Openbaar” (16 november 1991) op nrc.nl