controlesysteem

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·tro·le·sys·teem
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord controlesysteem controlesystemen
verkleinwoord controlesysteempje controlesysteempjes

Zelfstandig naamwoord

controlesysteem o

  1. een systeem, dat één of andere controle functie uitvoert in bijvoorbeeld in een apparaat, een gebouw, een organisatie, een economie of iets dergelijks
    • De beide testvliegtuigen (55-0408 en 55-04010) hadden een hoogstaand controlesysteem aan boord om de laminaire stroming te controleren. 
    • Het HACCP is een controlesysteem om de constante kwaliteit van levensmiddelen, voedselveiligheid, te waarborgen. 
Synoniemen

Gangbaarheid