controlestrook
Uiterlijk
- Geluid: controlestrook (hulp, bestand)
- IPA: / kɔn'trɔːləstrok / (4 lettergrepen)
- con·tro·le·strook
- uit het Engels
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | controlestrook | controlestroken |
| verkleinwoord | controlestrookje | controlestrookjes |
de controlestrook m
- het afscheurbare deel van een toegangskaartje (zoals voor een evenement, trein of bus) dat bij de controle wordt afgescheurd en aan de gebruiker wordt teruggegeven als bewijs van betaling, terwijl de rest van het kaartje wordt ingenomen
- Het woord controlestrook staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.