controlegroep

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·tro·le·groep
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord controlegroep controlegroepen
verkleinwoord controlegroepje controlegroepjes

Zelfstandig naamwoord

controlegroep v/m

  1. de groep mensen in een experiment waarop men de interventie niet toepast, de groep waarop men de interventie wel toepast heet de experimentelegroep
    • Als je wilt weten of een medicijn werkt, moet je de werking in de experimentelegroep vergelijken met een controlegroep die vaak een placebo behandeling krijgt. 

Meer informatie

Gangbaarheid