contreien

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·trei·en
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘streken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265 [1]

Zelfstandig naamwoord

contreien mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord contrei

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Verwijzingen