contrôler
Uiterlijk
- van Oudfrans contre roller "verifiëren (aan de hand van een tweede register)", letterlijker "tegen een rol (register) houden"; een afleiding van contrôle met het achtervoegsel -er [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| contrôler |
contrôlais |
contrôlé |
| eerste groep | volledig | |
contrôler
- overgankelijk verifiëren; nagaan; controleren
- overgankelijk keuren
- overgankelijk beheersen [3]; volledig begrijpen of vatten
- overgankelijk (anglicisme) beheersen [1]; meester zijn over; regeren
- ↑ contrôler (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.