consumeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: consummeren

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·su·me·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
consumeren
consumeerde
geconsumeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

consumeren

  1. overgankelijk voeding nuttigen
    • De bezoekers consumeerden grote hoeveelheden ijs op die warme dag. 
  2. overgankelijk (economie) het verbruiken van goederen en diensten
    • Als er niet voldoende geconsumeerd wordt komt de economie in grote problemen. 
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen