consumentenbond

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

het werk van de consumentenbond
Uitspraak
Woordafbreking
  • con·su·men·ten·bond
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord consumentenbond consumentenbonden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

consumentenbond m [1]

  1. vereniging die opkomt voor de belangen van consumenten
    • Volgens matrassengroothandelaar John van Dijk van beddengroothandel.nl ondervinden traditionele verkopers al last van de ‘disruptie’ van de markt. Verbunt beaamt dit: hij heeft naar eigen zeggen boze matrasverkopers aan de lijn gehad. Hoe terecht die verstoring is, is moeilijk te zeggen. Over de hoge marges voor matrassenwinkels is in het verleden veel te doen geweest. De Consumentenbond deed onlangs nog de aanbeveling altijd af te dingen in de winkel. Maar erg transparant zijn sommige start-ups ook niet in hun claims over eigen research en zelf ontworpen schuimlagen.[2] 
    • Er zijn vele aanbieders en je hoeft echt niet met nul of een miezerige 0,1 of 0,3 procent rente genoegen te nemen. Maar liefst vier banken geven meer dan een half procent rente en nog negen aanbieders zitten precies op die 0,5 procent. Dat blijkt uit onderzoek van MoneyView en de Consumentenbond afgelopen maand. Knab eindigde met Kwartaal Sparen bovenaan met 0,70 procent rente, ASR werd tweede met 0,60 procent. Sommige aanbieders hebben wel de rente alweer verlaagd sinds deze test, zoals Knab, dat nu op 0,65 procent zit. Check dit op spaarrente.nl of op de site van de Consumentenbond.[3]  
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Marit Willemsen 28 april 2017
  3. NRC Rentsje de Gruyter 7 april 2017