consulent

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·su·lent
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘raadgever’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord consulent consulenten
verkleinwoord consulentje consulentjes

Zelfstandig naamwoord

de consulentm

  1. (beroep) een deskundige raadgever (mannelijk)
    • De consulent wist hem goed te helpen. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen