Naar inhoud springen

construis

Uit WikiWoordenboek
  • IPA: /kɔ̃s.tʁɥi/
vervoeging van
construire

construis

  1. eerste en tweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van construire
  2. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van construire