construir
Uiterlijk
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| tegenw. tijd |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| construeixo | construïa | construït |
| 3e vervoeging | volledig | |
construir
- cons·truir
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| construir |
construía |
construido |
| volledig | ||
construir
- (bouwkunde) bouwen, maken, ineenzetten, aanleggen (van wegen)
- (taalkunde) vormen, construeren
- bedenken, verzinnen
- «construir una teoría»
- een theorie bedenken
- «construir una teoría»
Categorieën:
- Woorden in het Catalaans
- Werkwoord in het Catalaans
- Werkwoord van de derde vervoeging in het Catalaans
- Woorden in het Spaans
- Woorden in het Spaans van lengte 9
- Woorden in het Spaans met audioweergave
- Werkwoord in het Spaans
- Overgankelijk werkwoord in het Spaans
- Bouwkunde in het Spaans
- Taalkunde in het Spaans