consonant

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·so·nant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord consonant consonanten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

consonant v/m

  1. (muziek) goed samenklinkende tweeklank (zoals een octaaf)
  2. (taalkunde) medeklinker
Antoniemen

Bijvoeglijk naamwoord

consonant

  1. goed samenklinkend
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

69 % van de Nederlanders
80 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl


Engels

enkelvoud meervoud
consonant consonants


Woordafbreking
  • con·so·nant

Zelfstandig naamwoord

consonant

  1. medeklinker.