console

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·so·le
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord console consoles
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

console v / m [3] [4]

  1. dat deel van de computer dat de gebruiker in staat stelt met de computer te communiceren, zoals het toetsenbord en het beeldscherm [5]
  2. veelal bewerkte draag- of kraagsteen
  3. vooruitspringend deel ter ondersteuning
  4. penanttafel
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

enkelvoud meervoud
console consoles

Zelfstandig naamwoord

console

  1. een kast die op de vloer staat, met name om de televisie of stereo te herbergen, televisiekast
  2. een kast waarop schakelaars, instrumenten of beeldschermen gemonteerd zijn, bedieningspaneel
  3. scherm en toetsenbord van een computer
  4. een bergplaats gemonteerd tussen de zetels in een auto
  5. een toestel dat het spelen van videospelen bedient
  6. (bouwkunde) kraagsteen


vervoeging
onbepaalde wijs to console
he/she/it consoles
verleden tijd consoled
voltooid
deelwoord
consoled
onvoltooid
deelwoord
consoling
gebiedende wijs console

Werkwoord

console

  1. troosten