conservenblik

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·ser·ven·blik
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord conservenblik conservenblikken
verkleinwoord conservenblikje conservenblikjes

Zelfstandig naamwoord

conservenblik o

  1. (cilindervormig) blik waarin voedsel vrij van lucht wordt bewaard en dat geopend kan worden met een blikopener of met een (meegeleverd) sleuteltje, of door aan een lipje te trekken
    • Of beter: waarom zijn ze alleen maar rond? Simon Terpstra vraagt zich af waarom de conservenblikken en glazen potten waarin groenten en fruit verkocht worden enkel die vorm hebben. „De kosten van vervoer zouden flink beperkt kunnen worden met vierkante blikken en potten”, denkt hij.[1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen