consensus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·sen·sus
enkelvoud meervoud
naamwoord consensus
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

consensus m

  1. overeenstemming binnen een gemeenschap, een groepering
    • Helaas is er in de wereld geen consensus over hoe men burgeroorlogen kan doen eindigen. 
  2. de methode om binnen een groepering een gezamelijke overeenstemming te bereiken
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Engels

Zelfstandig naamwoord

consensus

  1. consensus; overeenstemming binnen een gemeenschap, een groepering.
  2. consensus; de methode om binnen een groepering een gezamelijke overeenstemming te bereiken.


Frans

Zelfstandig naamwoord

consensus m

  1. consensus; overeenstemming binnen een gemeenschap, een groepering.
  2. consensus; de methode om binnen een groepering een gezamelijke overeenstemming te bereiken.