conjuntivitis
Uiterlijk
- con·jun·ti·vit·is
- afgeleid van het Latijnse conjuntiva met het achtervoegsel -itis
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | conjuntivitis | - |
| verkleinwoord | - | - |
de conjuntivitis v
- (medisch) een ontsteking van het bindvlies dat de buitenkant van het oogwit en de binnenkant van de oogleden bekleedt
1.een ontsteking van het bindvlies dat de buitenkant van het oogwit en de binnenkant van de oogleden bekleedt
- Het woord 'conjuntivitis' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- con·jun·ti·vit·is
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| conjuntivitis | - |
conjuntivitis v
- conjuntivitis in: Diccionario de la lengua española, 23e druk, op website: Real academia española
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 13
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Achtervoegsel -itis in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Medisch in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Spaans
- Woorden in het Spaans van lengte 13
- Woorden in het Spaans met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Spaans
- Medisch in het Spaans