conjunctuurwerkloosheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·junc·tuur·werk·loos·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord conjunctuurwerkloosheid -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

conjunctuurwerkloosheid v

  1. een werkloosheid die veroorzaakt wordt door vermindering van de bestedingen
    • Met dit model kan conjunctuurwerkloosheid worden verklaard. 
Vertalingen

Gangbaarheid