confortar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Spaans

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
confortar
confortaba
confortado
volledig

Werkwoord

confortar

  1. verkwikken, opbeuren, bemoedigen, troosten, opwekken
  2. (medisch) sterken
    «un poco de caldo te confortar »
    een beetje bouillon zal je sterken
Synoniemen