condensator

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·den·sa·tor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord condensator condensators
condensatoren
verkleinwoord condensatortje condensatortjes

Zelfstandig naamwoord

condensator m

  1. (elektrotechniek) elektrisch onderdeel dat een hoeveelheid elektrische lading kan opslaan
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Piëmontees

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

condensator

  1. (elektrotechniek) condensator


Roemeens

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

condensator

  1. (elektrotechniek) condensator