concilies

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·ci·lies

Zelfstandig naamwoord

concilies mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord concilie
Synoniemen


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
conciliar

concilies

  1. aanvoegende wijs tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van conciliar
  2. gebiedende wijs (ontkennend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van conciliar