Naar inhoud springen

concilia

Uit WikiWoordenboek
vervoeging van
concilier

concilia

  1. derde persoon enkelvoud verleden tijd (passé simple) van concilier


vervoeging van
conciliar

concilia

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van conciliar
  2. gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van conciliar