concentrisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

concentrische cirkels
Uitspraak
Woordafbreking
  • con·cen·trisch
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het me Latijn, in de betekenis van ‘met een gemeenschappelijk middelpunt’ voor het eerst aangetroffen in 1803 [1]
  • uit het Latijn [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen concentrisch concentrischer
verbogen concentrische concentrischere
partitief concentrisch concentrischers -

Bijvoeglijk naamwoord

concentrisch [3]

  1. van cirkels of bollen dat ze het zelfde middelpunt hebben (maar niet dezelfde straal)
    • Vanaf de aarde gezien is Mare Orientale overigens nauwelijks te zien: het inslagbekken ligt precies op de grens tussen voor- en achterkant van de maan. De eerste duidelijke beelden kwamen pas in de jaren zestig met behulp van ruimtesondes. Die beelden lieten zien dat Mare Orientale geen gewone krater is: hij vertoont drie concentrische ringen van gesteente in plaats van één.[4] 
    • Concentrische megasteden kampen met scheiding van inwoners naar welstand en inkomen. Londen is daarvan een voorbeeld. Hoge huizenprijzen in centrale delen van de stad drukken de werkenden mensen steeds verder naar de buitenkant van de stad. Reistijden lopen op tot meer dan drie uur. Kleinere, maar complete steden voorkomen deze vergaande segregatie en hebben dus ook uit sociaal oogpunt voordelen. [5] 
  2. van alle zijden op één middelpunt gericht m.n. bij een militaire aanval
Vertalingen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen